Home

Kornalijnhorst 60 2592 HX Den Haag 070 – 743 90 51

altvoorde@gmail.com KvK 28101262

Welkom op de website,

Graven en de daarbij behorende grafmonumenten van personen die de cultuur of technische beschaving hebben bepaald, worden in alle culturen in ere gehouden. Soms wordt zo’n graf imponerend vorm gegeven en onderhouden. Voorbeelden daarvan zijn de graven van 17e-eeuwse vlootvoogden die door de nationale overheid in monumentale kerken werden opgericht. Er zijn ook graven die verwaarloosd worden, vervallen en onopgemerkt geruimd worden. Dat is onder meer gebeurd met de graven van Gerbrand Adriaensz. Bredero, Jan Luyken, Jan Sluijters en Anna Blaman. Dat dreigt momenteel voor graven als dat van Maria Dermout. Als de familie dat zou wensen, is daar niets aan te doen. Het verloren gaan van zo’n graf is een verlies, dat niet hersteld kan worden. Stichting Altvoorde tracht de graven van cultuurdragers in Nederland, die een onomstreden, belangrijke invloed hebben uitgeoefend op de nationale cultuur, niet verloren te laten gaan. In ons land ontbreekt een instelling van de nationale overheid die de funeraire cultuur bewaakt. Nederland is daarmee een uitzondering in Europa. Op andere continenten ontstaat soms een jarenlange culturele strijd om het graf van een nationale held. De Nederlandse overheid kijkt liever weg. Inventarisatie op begraafplaatsen en in kerken was nodig om vast te stellen, van welke cultuurdragers er nog grafmonumenten bestaan. Daarbij zijn circa 100 grafmonumenten vanaf 1471 (Thomas a Kempis) tot 2010 (H. Mulisch) gekozen. Deze graven staan vermeld op de Canon Altvoorde.

Enkele daarvan staan op naam van de stichting.

Als er geen verwanten of instanties zijn, die zich om het graf bekommeren, wil de stichting daarin voorzien. Periodiek onderhoud en kleine reparaties zijn onvermijdelijk. Als door vandalisme, erosie of zelfs diefstal zo’n graf ernstig beschadigd is, vergt dit een grote investering. Een dergelijke restauratie is een project, waarvoor zich dikwijls een comité inspant. Vaak bestaat in brede kring respect en sympathie voor de overleden cultuurdrager. In die kringen wordt dan gezocht naar sympathisanten en donateurs die door hun inzet en bijdragen ervoor zorgen dat zo’n monument van een Nederlandse, soms ook internationaal bekende cultuurdrager behouden blijft.

In 2020 is voor een bredere interpretatie zonder taboes gekozen. Als een graf een groep vertegenwoordigt, die tot de Nederlandse cultuur behoort, maar die uitgewist dreigt te worden, dan kan Altvoorde gelet op de statuten zich inzetten om dat grafmonument te behouden, dan wel aan te vullen met nader bekend geworden gegevens. Daarbij werd gedacht aan zerken van personen uit andere werelddelen die voor de cultuur belangrijk waren. De eerste meldingen betroffen stèles van NSB-ers die in 2017 en 2018 werden geruimd op een grote Haagse begraafplaats. Door wolfsangel en teksten waren de fraai uitgevoerde stèles herkenbaar als graven van nationaal- socialisten. In plaatsen en data was geen relatie te leggen naar beruchte plaatsen of oorlogsmisdaden. Het leek niet mogelijk tijdig stappen te ondernemen om één te behouden. In december 2020 bleek dat die graven wel geruimd werden, maar dat één of meer monumenten toch bewaard zijn. Altvoorde acht het onjuist om de NSB, over wie thans gematigder en reëler wordt geoordeeld, totaal uit te wissen in de funeraire geschiedenis.

De doelstelling van Altvoorde is in Artikel 2 lid 1 van de statuten omschreven: 

Het in stand houden dan wel in goede staat terugbrengen van grafmonumenten, al dan niet beschermd op grond van de Monumentenwet 1988, van door historie en traditie erkende Nederlandse cultuurdragers met of zonder rechthebbenden.

Dat zou ook gelden voor een groep of instelling of persoon die cultureel een onderdeel vormt van de Nederlandse geschiedenis. Zelfs als het noemen dan die groep of instelling of persoon taboe is? Het bestaan van zulke taboe ’s in het huidige Nederland werd betwijfeld. Deze opvatting werd prompt op de proef gesteld bij een omstreden gemeentelijk oorlogsmonument in Voorschoten. Zou op een nog open zerkje de namen van twee verzwegen onschuldige slachtoffers vermeld mogen worden? Het ging om de 18 jarige Albert Gramsma die werd geliquideerd en zijn moeder Trijntje Gramsma -Nielsen die ongerust naar hem bleef vragen. De Gramsma’s behoren tot de tientallen, mogelijk meer dan honderd slachtoffers van een pseudoverzet in de eerste zes maanden van 1945.

De gemeente Voorschoten die van historische informatie en educatie een kernpunt van beleid maakt, weigerde. Zelfs toen bleek dat het al decennia omstreden oorlogsmonument bovenaan de naam van SS-er Henry A. Adamsky vermeldt. Adamsky heeft minstens vier vrouwen op eigen initiatief gewurgd en twee mannen doodgeschoten of verdronken. Adamski was de leider van de beruchte Voorschotense Moordcentrale die minstens acht en mogelijk twaalf moorden heeft gepleegd. Het gemeentelijk standpunt is dat het de gemeente vrijstaat wie dan ook om welke reden dan ook op een publiek educatief monument te vermelden. Zelfs als de gemeente dit om politiek extreem rechtse redenen doet, mag dit niet bestuursrechtelijk getoetst worden.

De rechtbank Den Haag Sector Bestuursrecht was het daarmee eens. Bij de Raad van State is hoger beroep ingesteld. De zitting zal in het najaar 2021 plaats vinden. Vanwege precedenten in Nederland en in Duitsland verzocht Altvoorde om bij het Europees Hof te Luxemburg prejudiciële vragen te stellen. Behalve Adamski staan nog twee leden van zijn Moordcentrale op het monument: Bram Limburg en Jan Wagtendonk. De gemeente Voorschoten nam de vrijheid straten naar Adamski, Limburg en Wachtendonk te noemen. De uitspraak van de Raad van State wordt in januari 2022 verwacht. U vindt hierover meer informatie onder het kopje Recent Nieuws.

De instandhouding zoals door de stichting wordt voorgestaan houdt meer in dan louter conserverende instandhouding. De stichting wil de grafmonumenten voor een breed publiek toegankelijk maken en dat betekent, dat de monumenten herkenbaar – en dat de teksten op de monumenten duidelijk leesbaar dienen te zijn.

Bij de instandhouding en in goede staat terugbrengen zal gebruik worden gemaakt van de huidige technieken en materialen. Dat betekent dat in voorkomende gevallen een vergelijkbaar monument in een ander materiaalsoort kan worden geplaatst en dat de lettertypen van de inscripties, indien relevant, aan de huidige inzichten worden aangepast.